zondag 30 december 2012

Triviant


Ik herken altijd de meest onbeduidende Bekende Nederlander. 'Hé, dat is die winkelchef van de reclame.' De meeste mensen in mijn omgeving zeggen:'Huh, waar heb je het over.' Alleen een handjevol heeft hetzelfde geheugen voor nutteloze kennis. Een gelijkgestemde kun je aanstoten en, met een hoofdknik, fluisteren: 'Kluun'  of  'Bassie'. Die begrijpen gelijk wat je bedoelt: Daar heb je die ijdele schrijver of Leeft die mislukte clown ook nog?

In 2004 gingen we voor het eerst sinds decennia met vakantie. Naar het Canarische eiland La Palma. Er is niet veel te doen dus op een dag namen we de bus naar de andere kant van het eiland. Overal langs de boulevard hadden de uitbaters optimistisch hun terrasjes klaar gemaakt maar er waren, buiten ons, maar twee andere toeristen. In wie ik Harry de Winter meende te herkennen, en die actrice Yvonne van der Hurk heet ze, geloof ik. Harry wie? Ja, die kabouter met dat baardje. In elk geval, ik liep quasi nonchalant hun richting uit, ik had toch niets beters te doen. Nee, dacht ik, het is gewoon een man die op Harry de Winter lijkt.
Verder nooit meer aan gedacht.
Loop ik gisteren door de Utrechtsestraat en wie komen mij daar tegemoet: Harry de Winter en Yvonne van der Hurk. Had ik het in 2004 toch goed gezien.
Het vervelende is dat ik dit verhaal aan niemand kwijt kan. Alleen de lezer met dezelfde tic zal het waarderen, hoop ik.

Harry de Winter

donderdag 6 december 2012

1984 Het ziekenzaaltje deel VI




1984 deel VI  Worstjes in mijn infuus


Vlak voor kerst liep het ziekenzaaltje zo vol patiënten dat er zelfs een bed in de conversatiekamer was geplaatst. Daarin lag een man van een jaar of 60 te kermen: ‘Ogotogotgotgottegot’ en ‘zusterzusterzusterzuster’. Hij was verbonden aan een infuus. De volgende dag zat hij vrolijk aan de ontbijttafel, het infuus aan een metalen paal naast hem geparkeerd. Hij werkte de één na de andere boterham naar binnen tot de verpleegkundige zei: '‘ Nu heeft u wel genoeg gehad.’ ‘Er drijven worstjes in mijn infuus’, zei hij vrolijk en wees naar het zakje met vloeistof.
Nadat de ontbijtboel was afgeruimd bleef de man aan tafel zitten. De dementerende mevrouw Ulrich was, zoals gewoonlijk, met haar rolstoel in een hoek gezet. Haar kwaadaardigheid werd waarschijnlijk onderdrukt door medicijnen, ze zat voornamelijk met gesloten ogen te suffen met haar kin op haar borst. De verpleging was druk bezig met het wassen en aankleden van de patiënten en het verschonen van de bedden.

De hoofdverpleegkundige, die ik de hoofdzuster noemde, liep met driftige pasjes langs de slaapzalen en verdween toen in zijn kantoortje. Het was een kleine man die zijn woorden kracht bijzette met vrouwelijk handgebaartjes. Als ik op mijn kamer zat, hoorde ik zijn dribbelpasjes mijn richting op komen. Een klop op de deur en daar verscheen zijn hoofd: ’Vergeet u niet dat u morgen in het laboratorium wordt verwacht. Om negen uur.’ En weg was hij weer. Een keer, tijdens het koffiedrinken, had hij een foto uit zijn portemonnee gehaald die hij liet rondgaan. ‘Mijn vrouw en kinderen’, zei hij trots. We zagen een gezette vrouw omringd door twee jongens en twee meisjes tussen de 8 en 12 jaar, die met de armen stijf langs hun lichaam poseerden voor een rijtjeshuis.

Elke minuut verliep stroperig langzaam. Ik bladerde in een tijdschrift zonder dat de inhoud tot me doordrong. Al eerder had ik geprobeerd een boek te lezen maar de letters dansten weg. Vaak had ik het gevoel dat ik niet echte leefde, maar mezelf observeerde van een afstand. Alsof ik helemaal geen deel uitmaakte van de gebeurtenissen rondom me. Ik keek naar de nieuwe patiënt, meneer Verburg, en verbaasde me over zijn wonderbaarlijke opstanding. De avond ervoor leek het of hij op sterven na dood was en nu zat hij opgewekt aan tafel. Hij was wel één van de vaste bewoners maar had niet het Downsyndroom en leek verder ook niet verstandelijk gehandicapt. Alleen wat in de war maar daar leed hij, zo te zien, niet onder.

Ik zag dat meneer Verburg zijn stoel naar achteren schoof en op stond. Hij liep recht op mevrouw Ulrich af die aan wegdommelen was. Hij bleef vlak voor haar staan, legde beide handen om haar nek en begon zo hard te knijpen dat haar kunstgebit uit haar mond schoot. Ze maakte akelige, verstikte geluiden. Het duurde een paar seconden voordat de ernst van de situatie tot mij doordrong. Toen rende ik naar het kantoortje en schreeuwde naar binnen: ‘Help, mevrouw Ulrich wordt gewurgd, mevrouw Ulrich wordt gewurgd.’ Ik stoof  verder naar de slaapzalen en riep naar het personeel. ‘Kom snel, mevrouw Ulrich wordt gewurgd.’ Vier personeelsleden wisten de handen van meneer Verburg los te krijgen en de arme, oude dame te bevrijden van haar belager. Meneer werd in een kamertje apart gezet en mevrouw werd gefatsoeneerd. Gelukkig was ze zo versuft dat ze zich niet eens had gerealiseerd dat er een moordaanslag op haar was gepleegd. En waarom? De oude dame was voor niemand een gevaar. Ze zat maar in die rolstoel en had niet eens meer de puf om oorlogskreten te slaken.
Ik vroeg opheldering aan een verpleegkundige, speelde er misschien een oude vete tussen de twee?  ‘Meneer Verburg denkt dat mevrouw Ulrich de macht heeft om zijn hart stil te laten staan’, legde ze uit. Mijn medepatiënten waren tot alles in staat, realiseerde ik me. Ik moest nog meer op mijn hoede zijn dan ik aanvankelijk gedacht had.

Copyright HdK





zaterdag 1 december 2012

Een generatiedingetje in Amsterdam?


In mijn jeugd waren er gezinnen met 13 kinderen waarvan er 12 een 'ongelukje' waren. Men ging ook veel nonchalanter met ze om. Je kon als 7-jarige de hele dag door de buurt dwalen zonder dat je moeder je miste.  Dat hun zonen en dochters soms levensgevaarlijke spelletjes speelden hoorde erbij. En meestal ging het ook goed.
Toen de anti-conceptie pil zijn intrede deed, slonk het modale gezin naar twee kinderen. Wat fijn, dacht ik destijds, geen ongelukjes meer maar jongens en meisjes die zeer gewenst zijn. Niemand meer een ongelukkige jeugd.
Tegenwoordig loop ik in Amsterdam steeds vaker op tegen narcisten, jongemannen en vrouwen, die denken dat de aarde pas begon te draaien toen zij geboren werden. Ik heb ze vroeger op het schoolplein gezien. Stond ik naast ouders te wachten tot de school uitging. Daar stoven hun lievelingetjes naar buiten, iedereen wegduwend die een obstakel vormde. En nooit een vader en een moeder die ze corrigeerden: 'Vraag eens aan die mevrouw of je er langs mag.' Alles wat de kids deden werd toegejuicht. Opvallend was  dat ze nooit blij waren met wat ze hadden of kregen.

Een product van deze koninklijke opvoeding kwam ik afgelopen week tegen in het zwembad. Ze stond te klooien bij een kluisje. Er kwam een oude dame aan die haar hulp aanbood. De jonge vrouw keek vol minachting naar de bejaarde, duwde haar toen opzij en zei: 'Whatever.' Mijn bloed kookte om zoveel arrogantie. Ik riep nog: 'Die mevrouw probeert je te helpen, trut.' Ze negeerde ons volkomen onder het motto: iedereen die ouder is dan ik bestaat niet. Tenminste, daar ging ik van uit.

Nadat ik wat gekalmeerd was, voelde ik me wat milder worden. Misschien had haar vriend het net uitgemaakt of was ze haar baan kwijt geraakt. Even later stapte ik in de tram en werd ik met een elleboog uit het gangpad gewerkt door een bloedmooie vrouw van een jaar of dertig die al bellend iets aan de tramconducteur vroeg. Ik word daar heel agressief van.
Ik begrijp niet dat conducteurs, of caissières mensen met een mobieltje aan hun oor te woord staan. Heel zelden zegt een winkelbediende tegen zo'n narcistische aso: 'Ik help eerst die mevrouw achter u tot u klaar bent met uw telefoontje.'
Is er nu een generatie narcisten gekweekt? En zouden die narcisten last van elkaar hebben? Gelukkig kom je af en toe ook sociale dertigers tegen. Buiten Amsterdam..


 Narcisme: Het is een vorm van gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen. Iemand die narcistisch gedrag vertoont, noemt men een narcist.

zaterdag 17 november 2012

1984 Het ziekenzaaltje V



Joop

Ik had hem al eerder in de hal zien dwalen. Een goedaardige reus met de blik van een hond die buiten de deur is gezet. Joop heette hij en het was hem eindelijk gelukt patiënt op het ziekenzaaltje te worden.
De vaste bewoners woonden achter het hoofdgebouw, in grote panden omringd door kale bomen. De grond er omheen bedekt met dorre herfstbladen. Als de novembermist bijna op de grond hing, veranderde de omgeving in een grijs, spookachtig decor.
Hoe zouden die mensen leven, vroeg ik me af, met al hun ingewikkelde gedragspatronen? Niemand had een eigen kamertje, dat was zeker. Geen gezellig privéplekje met eigen spulletjes. Men leefde in groepen. Slapen op een slaapzaal, eten in een eetzaal. En zelfs de schoenen die ze droegen leken in grote partijen te zijn opgekocht, met als enige keus voor de dragers: bruin of zwart. De mongolen leken nog het beste af. Ze waren sociaal en hadden elkaar. De rest, zwakzinnigen en andere eenvoudigen van geest behoeften ook aandacht, liefde en zorg, maar waren niet in staat iets terug geven. 

Het was eigenlijk een wonder dat Joop niet op handen en voeten liep. Hij sprak niet en volgde uitsluitend zijn instinct dat zei: eten. De manieren die daarbij hoorden, gingen langs hem heen. Hij gebruikte geen bestek maar hield een sappig karbonaadje in zijn knuist waar hij aan kluifde. Met zijn ogen dicht. Ik kon soms afgunstig zijn op zijn simpele geluk en het gebrek aan storende gedachten.

Dat hij niet in staat was voor zichzelf te zorgen, werd nog eens extra benadrukt toen hij op een ochtend bezoek kreeg. Het was een uur of half elf, we zaten met het personeel koffie te drinken. Er werd aangebeld en een verpleegkundige draaide de deur van het slot. We zagen een opgewekte dame staan met een koffertje in haar hand. Ze kwam voor Joop en was de pedicure.
Nadat ze haar jas had uitgedaan en aan de kapstok had opgehangen, ging ze op een laag krukje voor Joop zitten. Met huishoudhandschoenen aan ontdeed hem op professionele wijze van zijn schoenen en sokken. Behalve dat zijn voeten zwart zagen van het vuil, werd het echte probleem duidelijk. Zijn teennagels waren in maanden, misschien wel jaren niet geknipt. Ze waren zo lang dat ze opgerold in zijn schoenen hadden gezeten.
De pedicure had dit duidelijk eerder aan de hand gehad en deed een greep in haar koffer. Ze haalde er een mini- cirkelzaagje uit en begon kordaat aan de nagel van Joop's grote teen te zagen. Met het grootste gemak verwijderde ze het klauwachtig aanhangsel. Het groepje nieuwsgierigen, dat zich om de patiënt had verzameld, was onder de indruk. Niet zozeer van de lengte van de nagels maar van het apparaatje. De voetendame was in een rap tempo langs alle tenen gegaan en borg tevreden haar zaagje weer op. De oogst belandde in de vuilnisbak.
Waarom niemand eerder de slechte hygiënische toestand van Joop had opgemerkt, bleef, zoals zoveel zaken, onduidelijk.
De sympathieke pedicure waste haar handen grondig, deed haar jas aan en pakte het koffertje op. Ze groette het gezelschap vrolijk. Dat zat nog bij zat te komen van het ongewone schouwspel.. Joop had de gelukzalige glimlach op zijn gezicht van een varken na een grondige massage.





maandag 12 november 2012

Controle en veiligheid


Je kunt natuurlijk wel boos worden op mensen die 'problematisch verzamelen' en niets weg kunnen gooien, maar het is een psychische aandoening. Net als een eetstoornis en smetvrees draait het allemaal om controle en veiligheid. Of liever, het gemis daaraan.
Als je je nooit geborgen voelt en altijd onveilig, dan probeer je houvast te vinden in zaken die zich tegen je gaan keren en je leven beheersen. Drugs, alcohol, roken, verzamelwoede, gestoord eetgedrag.
Het goede nieuws is dat er met medicatie en therapie wat aan te doen is.

Het slechte nieuws: de hoarder ziet niet in dat hij een probleem heeft. Zolang je tussen de stapels kranten nog een looppaadje hebt, is er toch niets mis.

Ik heb, dankzij medicijnen, begin jaren 90 tegen mijzelf gezegd: Als ik een echt leven wil hebben, moet ik normaal gaan eten. Niet meer dat spastische gepiel. Een paar jaar later had ik een betaalde baan en heb ik fantastische mensen leren kennen. Ik hoefde er nauwelijks moeite voor te doen, het kwam op mijn pad. Het is de beste beslissing van mijn leven geweest.
Kon ik anderen, die nog vast zitten in dat destructieve patroon, daar maar van overtuigen.

zaterdag 10 november 2012

Werkbeurs

De ijskoude wind van de crisis

Gisteren vreselijk gelachen bij de Werkbeurs. Achteraf dan. Ik ging langs een aantal kraampjes voor informatie: Thuiszorg, Beveiliging, de Koninklijke Marine. Helaas, voor mij hadden ze niets in de aanbieding. Er stond een jongeman naast me
 die vroeg aan één van de standwerkers: 'Moet ik een bewijs voor Goed Gedrag tonen.' Inderdaad. Hij grijnsde gegeneerd. Het leek me een hele, aardige man die in het verleden een keer de verkeerde weg is ingeslagen. Drugs, diefstal, schatte ik in. Maar hij was wel mooi naar de Werkbeurs gekomen.
Ik stond in de rij bij een kraampje van een bedrijf dat op Schiphol opereert. Ik las iets van 'hostess'. Mensen wegwijs maken op het vliegveld, stelde ik me voor. Mantelpakje aan en even niet plat Haags praten. De klant voor me stelde zich voor aan de dienstdoende dame. 'I'm from Barcelona', zei hij. Ik moest me inhouden om het niet na te zeggen in Manuel's spreekstijl uit Falwty Towers. Het was een keurige heer, mooi pak, lederen aktetas in de hand. In Spanje was geen werk te vinden ondanks de goede opleiding die hij had genoten. De dame had slecht nieuws. Het werk dat zij in de aanbieding had, koffie schenken en broodjes smeren in één van de talloze horecagelegenheden op Schiphol, vereiste nu eenmaal het spreken van Nederlands. Het enige dat zij kon doen was hem verwijzen naar een ander kraampje. Dat van Kentucky Fried Chicken. Voor het eerst voelde ik de gure wind van de crisis heel dicht bij.

zondag 4 november 2012

1984, het vogelmeisje Deel IV





Het gewicht van het vogelmeisje was zo laag dat zij dag en nacht in de gaten werd gehouden. Haar bed stond op de hartbewaking. Een ruimte die grensde aan de eetzaal annex conversatiekamer met glazen wanden. Een soort aquarium waar ze de hele dag tentoongesteld zat. Zij hield stug vast aan haar magerzucht en ik begreep ook wel waarom.
Ik had mijn strijd maanden ervoor opgegeven toen ik afgeleverd werd bij een ziekenhuis en nauwelijks nog in staat was de trappen te beklimmen. Ik had gewoon door willen gaan met rondjes rennen en baantjes trekken alsof ik in training was voor de Olympische Spelen.
Nadat ik drie dagen op bed had gelegen, voelde ik mij weer sterk genoeg om te bewegen. Het ziekenhuis lag in een steriele wijk pal naast een snelweg. Ik nam de lift naar beneden en begon op de parkeerplaats mijn gymnastiekoefeningen te hervatten. Terug op mijn kamer kwam de arts langs. ‘Zo gaat het niet verder. Je kunt het je niet permitteren nog meer af te vallen.’ ‘Ach welnee’, zei ik, ‘ik val helemaal niet af.’ Een verpleegkundige haalde een weegschaal tevoorschijn waar ik drie dagen ervoor ook op had gestaan. Drie kilo’s afgevallen. Ik kon niet geloven dat ik dit helemaal niet had kunnen inschatten. Ik keek op en zag mijn gezicht mezelf in de spiegel. Ik had al minstens een jaar niet naar mezelf gekeken. Ik was veranderd in een skelet. Er wordt vaak gezegd dat anorexiapatiënten zichzelf altijd te dik vinden. Ik zag wel degelijk dat mijn manier van overleven rechtstreeks naar mijn graf leidde.

Het vogelmeisje mocht er uitzien als een 70-jarige. In werkelijkheid was ze net als de andere vrouw en ik begin 30 jaar. Ze vertelde me tijdens één van de weinige gelegenheden dat ze van haar kamer mocht, haar ellende al op 11-jarige leeftijd was begonnen. Ze had zelfs een reis naar Suriname gemaakt waar ze buikloop kreeg en op het randje van de dood verkeerde. Ze vertelde het opgewekt alsof die buikloop een uitkomst was, de kilo’s vlogen eraf zonder dat ze er iets voor hoefde te doen.
Haar angst om te eten was voor de meeste mensen onbegrijpelijk maar ik wist precies wat haar weerhield. Een hap eten in je mond steken stond gelijk aan het wakker schudden van een groep Hellehonden.
De behandeling in het reguliere ziekenhuis, dat alleen als taak had mij op te pompen tot een menselijk wezen, zou ik later omschrijven als een operatie zonder verdoving.
Vlak voordat men besloten had mij kunstmatig te voeden, kwam er een professor langs van het academisch ziekenhuis, die vertelde wat mij te wachten stond. Een eetstoornis is, net zoals het gebruiken van drugs of drank, een middel om gevoelens te dempen. Om een verslaving te overwinnen, krijg je te maken met ontwenningsverschijnselen. ‘Wat je nu gaat meemaken is erger dan afkicken van heroïne.’ Er kwam een arts binnen, hij stopte een slangetje in mijn neus, duwde het verder tot het in mijn maag terecht kwam. Er werd een zakje astronautenvoedsel aangekoppeld en ik werd alleen gelaten met de mededeling dat ik absoluut mijn bed niet mocht verlaten. Zelfs met de benen bengelen over de rand was ten strengste verboden. Ik voelde me zo verslagen dat het niet bij me opkwam ongehoorzaam te zijn.

Dat het vogelmeisje die behandeling op alle manieren vermeed, zelfs al kostte het haar leven, verbaasde mij niets. Daarom vond ik de methode van de experts, het straf/beloningsysteem, eigenlijk belachelijk. Niemand die zichzelf zo straft als de lijder aan anorexia. En, de enige beloning voor deze patiënt is afvallen. Ik zat nog in een fase waarin ik dacht dat de deskundigen meer wisten dan ik en hield mijn commentaar voor me. Ik had me al eerder kritisch uitgelaten tegen een psycholoog met wie ik wekelijks moest praten. Hij zei: ‘Jij wilt niet beter worden, hè?’
In de tijd dat ik op het zaaltje verbleef, toonde geen van de vrouwen ook maar enige vooruitgang. Het vogelmeisje stond 2 x in de week ‘s ochtends op de weegschaal te huilen: ‘Hoe kan dat nou, ik ben afgevallen?’ De andere vrouw had nog steeds de kunstmatige opgewektheid van een kind dat aardig gevonden wil worden. En ik voelde me overal onveilig en vertrouwde niemand. ‘Weet je hoe wij je noemen?’, zei een verpleegkundige, ‘de schicht.’ In plaats dat ik boos werd om deze tactloze opmerking, schaamde ik me diep. 

Copyright HdK

zaterdag 27 oktober 2012

Polonaise




Tussen alle cynische, nihilsitische Volkskrantcolumnisten die ook nog eens overal verstand van hebben, vormt Thomas van Luyn een positieve uitzondering. Niks van 'De Mensch is Slecht en tot Niets Goed in staat'. Integendeel, Van Luyn ziet zelfs in de polonaise een spirituele ervaring. En terecht. Hij onderbouwt dit als volgt:
- Het sleutelbegrip is gelijkwaardigheid; men heeft iemand beet en tegelijkertijd wordt men beetgehouden, waardoor de vreemde gewaarwording optreedt dat men zichzelf beethoudt, alsof men de handen op zijn eigen schouders legt- en in spirituele zin is dat natuurlijk ook zo. De boeddhisten noemen dat Indra's Net, De verbondenheid aller dingen. Daarbij duwt men elkaar vooruit, maar tegelijkertijd remt men elkaar af wanneer de verbondenheid verloren dreigt te gaan.' ...
De voorste poloneerder is hierin instrumenteel. Die moet niet, zoals zo veel leiders die hun verantwoordelijkheid niet beseffen, zomaar een eigen wandelingetje verzinnen, als een dronken slang. Nee, hij moet na een zekere afstand een scherpe U-bocht maken, en het lint langs zichzelf loodsen. Hierin schuilt het geheim van de polo-extase. Door in hoge snelheid allerlei gezichten tegen te komen ervaart men liefde, verwondering en vergankelijkheid in duizelingwekkend tempo.
De enige die buiten de spirituele boot valt is de staart van het lint. En hierin onderscheidt de goede leider zich. Hij moet zijn wendingen zo timen, dat hij er uiteindelijk in slaagt de achterste deelnemer bij de schouders te vatten. Op dat moment heft hij in één klap zijn eigen leiderschap op en schept hij een eindeloze Möbius-lus van interconnectieve giebeligheid.'

Van Luyn heeft zijn taak als columnist van een ochtendkrant goed begrepen. Geef de lezer een peptalk zodat hij constructief de dag doorkomt. In plaats van het zoveelste ontmoedigende, gemakkelijke afzeikriedeltje dat we elke dag door onze strot geduwd krijgen.

vrijdag 26 oktober 2012

Het ziekenzaaltje, deel III

Het instituut
Aantrekkingskracht

Het ziekenzaaltje oefende een grote aantrekkingskracht uit op de vaste bewoners. Als je daar terecht kwam was je weliswaar ziek en had je pijn. Daar tegenover stond: individuele aandacht en zorg, een gezellige omgeving. En de  bezorgdheid van je vrienden die elke dag twee maal op bezoek mochten komen. Plus een unieke positie in de groep. Een opname was eigenlijk een prettige afwisseling van de dagelijkse sleur van het institutionele leven.

De deur van het zaaltje werd altijd aan de binnenkant op slot gedaan. Buitenstaanders konden niet, naar believen, binnenlopen. En wilde je als patiënt naar buiten, dan had je daar toestemming voor nodig. Regelmatig drentelde er een bewoner in het trappenhuis,  wachtend op het moment dat de deur open werd gedaan. En er een mogelijkheid ontstond ongezien binnen te komen. Dat lukte zelden. Een tweede manier om toch in de prettige omgeving van aardige verpleegkundigen te komen, was op bezoek gaan bij een zieke vriend. En, als het bezoekuur voorbij was, je zo stil mogelijk houden en stiekem blijven hangen. Op drukke dagen werkte dat soms een uurtje. Dan merkte iemand van het personeel de verdwaalde bewoner op en werkte hem met zachte hand de deur uit. 'Meneer Hoedeman, wat dat u hier nog? Het is al vier uur.'
"Mag ik mee-eten?' 'Nee, u moet echt terug naar uw groep. Vanavond is er weer bezoekuur.'

En vaste klant van het zaaltje was een oudere man met het syndroom van Down. Hij mankeerde iets aan zijn maag, at slecht en was daardoor erg mager. Voor zijn vrienden, een stuk of zeven 'mongolen', mannen en vrouwen met ronde, gedrongen lichamen en bolle toeten, was het bezoek een feestje. Uitgelaten kwamen ze binnen en groepeerden zich om de maagpatiënt, die zich duidelijk een leidersrol had toegemeten. Ze spraken in onverstaanbare klanken maar begrepen elkaar, zo te zien, uitstekend.  Ondanks zijn zwakke gezondheid domineerde de zieke zijn vriendenclub en kon hij, zonder duidelijke aanleiding, in woede ontsteken. Het vrolijk kwetterende groepje viel dan stil en keek beteuterd naar de grond tot de leider aangaf dat er weer gesproken mocht worden. 'Het is een dictator, hoor', zei een personeelslid.
Als het tijd was om afscheid te nemen liep de groep uitbundig groetend en zwaaiend het zaaltje uit. Het personeel controleerde of er niemand was achter gebleven of zich verstopt had. Daarna ging de deur weer op slot. Een uur later hoorde ik de magere man praten door de telefoon. Het apparaat hing pal naast mijn kamer. Hij brabbelde en pruttelde opgewonden, wel een half uur lang. In zijn eigen onbegrijpelijke taal.

De personen op de foto komen niet voor in het verhaal
Mantovani Een oud-collega stuurde me dit clipje op als achtergrondmuziek bij mijn verhaaltjes.

zondag 21 oktober 2012

1984 deel II





Eten is een sociale bezigheid, werd ons verteld. Alle maaltijden werden met de patiënten gezamenlijk genuttigd in de eetkamer annex conversatiekamer. Het ontbijt om 8 uur ‘s ochtends, 12.00 warm eten en tenslotte een broodmaaltijd om 17.00 uur. Tussendoor werd  dezelfde ruimte getransformeerd tot een zit- en tvkamer. De tafels stonden dan los van elkaar, met een gezellig kleedje op het blad en een vaasje bloemen.
Het was november en ‘s ochtends nog donker. Om 7 uur hoorde ik de ochtenddienst arriveren. De meeste patiënten hadden een geestelijk niveau van een kind variërend tussen de 2 en 6 jaar. Ze hadden geen idee van tijd en werden gewekt door de verpleegkundigen, gedoucht en aangekleed.
Mijn kamer lag aan de eind van de gang, het verst weg van de eetkamer. Aan weerszijden van de gang bevonden zich 4 persoonskamertjes en een enkele 1 persoons.
 Op een ochtend kwam er een ratelend geluid mijn richting op. Alsof iemand een karretje duwde over het linoleum van de gang. Het stopte voor mijn deur en verwijderde zich weer tot ik het slechts in de verte hoorde. Even later zwol het geratel weer aan. Ik stond op en keek door een kier van de deur. Het lawaai werd veroorzaakt door een man van een jaar of 50 met warrig haar, gekleed in pyjama en ochtendjas, pantoffels aan de voeten. Hij was aangesloten op een slangetje van een infuuszakje. Dat hing aan een metalen staaf op wieltjes. Met die staaf in zijn hand liep hij eindeloos rondjes. Op zijn gezicht lag een doodongelukkige uitdrukking alsof die route langs de eettafels, de gang door, draaien aan het eind en dat eindeloos blijven volhouden, de enige manier was om niet uit het raam te springen
Om 8 uur zat iedereen gekleed aan tafel en probeerden we een normale situatie na te bootsen. Je wist echter nooit wat je kon verwachten. 

De eerste week van mijn verblijf zwierf er een bleke man met een bijzonder groot voorhoofd rond de ontbijttafel. Ik heb hem nooit aan tafel zien zitten. Hij loerde als een dier op voedsel, alsof het een prooi was Hij sprak geen woord maar griste een handvol suikerklontjes uit een schaaltje, greep een kannetje koffieroom en spoelde het geheel in een teug weg. De vaste bewoners keken nergens van op, zij legden automatisch beschermend hun arm rond hun bord. Er waren ook figuren die het beleg van je brood stalen als je even niet oplette. Van een gezellige conversatie was natuurlijk geen sprake. Ook al gingen de verpleegkundigen opgewekt gesprekken aan over koetjes en kalfjes. 
Het verbaasde mij altijd hoe normaal het personeel was.  Vrouwen en mannen die, al of niet gehuwd, in een huis woonden. Ze stonden ‘sochtends vroeg op en reden op de brommer naar hun werk. En ‘ avonds kwamen ze weer vrolijk thuis, hielden normale gesprekken met partners en kinderen.  Vertelden tijdens de warme maaltijd hoe hun dag was geweest, stelde ik me zo voor. Zij hadden geen idee van dwangmatige gedachten of psychotische angsten. Geen besef van een wereld die uit elkaar valt.  De zinloosheid van een vaas met bloemen, ik had niet de indruk dat ze zich daar iets bij konden voorstellen. 


zondag 14 oktober 2012

Feuilleton 1984, deel I


Wat kan een mens toch veel meemaken in zijn leven. Alhoewel, voor sommigen kabbelen de gebeurtenissen rustig voorbij zonder noemenswaardige hoogte- of dieptepunten. Terwijl het leven van een ander pieken en dalen vertoont.


 Zo bevond ik mij in 1984 in een psychiatrische inrichting. Een ouderwets gekkenhuis vlakbij de duinen, bestaande uit 19e eeuwse gebouwen waar de vaste bewoners,mongolen, zwakbegaafden, idioten en dementerenden  hun levensdagen sleten. De geestelijke gehandicapten worden ook wel eens lichamelijk ziek. Voor hen was een speciaal ziekenzaaltje gecreëerd waar specialisten, dokters en verpleegkundigen de zieken verzorgden. 

Men had net een gat in de markt ontdekt, namelijk vrouwen met een eetstoornis. Volgens deskundigen was dit de enige plek in Nederland waar men de expertise bezat om dergelijke stoornissen met succes te behandelen.
Dat kwam mooi uit want net in die periode werd bij mij anorexia nervosa vastgesteld. Ik verwierp die diagnose in eerste instantie en had mijn eigen idee. ‘Volgens mij heb ik een concentratiekampsyndroom’, zei ik, ‘er woedt een oorlog in mijn hoofd en daarom ben ik vel over been. Ik kan geen hap door mijn keel krijgen.’ ‘Ach mevrouwtje’, zei de internist, de behandelende artsen en verplegers mochten in die tijd absoluut niet familiair worden en spraken hun patiënten aan met mevrouw en meneer, waardoor ik me nog eenzamer voelde, ‘uw gewicht is gevaarlijk laag en het belangrijkste is dat u uit die gevarenzone komt.’


Er waren nog twee andere vrouwen met dezelfde stoornis. Toch gingen we er alle drie anders mee om. De ene vrouw zat in de ontkenningsfase en was niet te herkennen als mens. Ze leek meer op een in elkaar gedoken vogeltje, bedekt met dons. Uren zat ze aan tafel met een kommetje yoghurt voor haar neus. De andere vrouw had een misplaatst soort opgewektheid, kwebbelde aan een stuk door en at het minimale. Ik had de strijd opgegeven en at wat men mij voorzette.  Tussen de middag werd er een warme maaltijd geserveerd en als ik die naar binnen had gewerkt, strekte de middag zich voor me uit als een eindeloze woestijn. Ik wilde alleen maar dood maar dat was gemakkelijker gedacht dan gedaan.


Ondanks de hel waarin ik leefde registreerde ik toch wat er om me heen gebeurde. Er waren drukke periodes waarin alle bedden bezet waren en er zelfs in de conversatiekamer een zieke geplaatst werd. Maar er waren ook rustige tijden waarin de verpleegkundigen tijd hadden om een kaartje te leggen.
’s Ochtends werden de tafels in de conversatiekamer aan elkaar geschoven,en gedrapeerd met tafellakens. Daarna werden de tafels gedekt. De dementerende mevrouw Ulrich zat in haar rolstoel een beetje weg te dommelen. Ze werd naar de ontbijttafel gereden en kreeg een glas melk dat ze onmiddellijk in haar schoot leeg kieperde. Daarna trok ze het tafelkleed met borden, bestek, mandjes brood en beleg in één ruk van tafel. Ze werd  teruggezet in haar hoek, de rolstoel op de rem. De ravage werd opgeruimd maar mevrouw Ulrich was niet van plan op te geven. Al heen en weer wippend wist ze haar rolstoel richting de tafel te bewegen terwijl ze riep: ‘Staakt het vuren, staakt het vuren.’
Mevrouw Ulrich was het voorbeeld van een kwaadaardige dementerende. Er was ook een lieve, oude dame die haar eigen kinderen niet herkende, maar tegen mij zei: ‘Hoe laat gaan we naar huis? Je bent toch wel met de auto?’

wordt vervolgd

donderdag 11 oktober 2012

The Bold


De gladste van alle gladjakkers, Bill Spencer jr


Jaren niet gekeken naar The Bold and the Beautiful. Nu zit ik er weer hopeloos in verstrikt. Er is altijd een intrigante die het geluk van anderen verpest. Dit keer is het de jonge Steffie, kleindochter van Stephanie, dochter van Ridge en Taylor. U weet wel. 

Steffie heeft zelfs de supergladde zakenman Bill Spencer in haar macht. Hoe zal dat aflopen?

zaterdag 29 september 2012

Goed en fout

DEN HAAG - Binnenhof. Beediging van de eerste groep van 550 vrijwilligers voor het Oostfront met generaal Hendrik Alexander Seyffardt. Vanaf het Haagse station Holland Spoor zou de eerste groep op 26 juli 1941 naar een opleidingskamp in Polen vertrekken, meer dan de helft van hen waren NSB'ers.


Ik weet niet wanneer het begonnen is, de slachtoffers van alle oorlogen herdenken op 4 mei. Zo absurd. Vier mei staat voor mij voor WOII, de ervaringen van mijn familie en hun generatiegenoten. En de Holocaust, op een nooit eerder vertoond
e manier moorden. Een Surinaamse vrouw zei eens tegen me: 'Jullie altijd met jullie Tweede Wereldoorlog. Wij hebben veel erger geleden met de slavernij.' Sorry, maar met WOII ben ik persoonlijk verbonden, dat is mijn geschiedenis. Ik ga op 4 mei echt niet de gevallenen van de 80-jarige oorlog herdenken. Het toppunt was afgelopen jaar toen een jongetje pleitte voor het herdenken van zijn Waffen SS-oom. Onder het mom: goede mensen doen soms slechte dingen. Of: iedereen was een beetje fout. Het moet godverdegodver niet gekker worden.
Historica Jolande Withuis deelt mijn ergernis en naar haar wordt geluisterd. 'Het is een hutspotherdenking geworden', schrijft zij, 'Maar wie alles herdenkt, herdenkt niets. Door geen keuze te maken wordt omzeild wie we wel of niet op die datum op die plaats herdenken en daarmee de vraag welke waarden we willen overdragen.'
Hele artikel van Jolande Withuis in De Volkskrant van zaterdag 29 september, bijlage Vonk.

Bij de aftrap van de Maand van de Geschiedenis zeggen drie historici: kies weer positie. Jolande Withuis ijvert voor de herwaardering van goed en fout.



Afscheid vrijwilligers (!) die naar het Oostfront vertrekken. Veel plezier, jongens!

vrijdag 28 september 2012

Terug naar Turkije

Atatürk draait zich om in zijn graf

‘Waarom zit Turkije nog niet bij de Europese Unie?’, vroeg een vriend van mij zich af. ‘Omdat dat land steeds meer een totalitaire staat wordt dankzij premier Erdogan‘, zei ik want ik lees ook wel eens een krant. Volgens de vriend viel dat wel mee.
Vandaag lees ik in een artikel in De Volskrant over Erdogan:’
‘Erdogan denkt dat hij de enige is die het land kan regeren’, zegt hoogleraar politicologie Sahin Alpay. ‘De premier vertrouwt niemand anders. Hij wil alle macht concentreren in zijn handen.’
Erdogan beperkt de vrijheid, censureert de media, geeft bevelen aan de rechterlijke macht, gooit opponenten in de gevangenis en gebruikt de veiligheidsdiensten tegen de bevolking. Onder zijn bewind zijn er tientallen kritische journalisten, onder wie veel Koerden, in de gevangenis gegooid. Turkije is de afgelopen jaren steeds verder weggezakt op de persvrijheidranglijst. Nu wil Erdogan president worden. Critici wijzen er ook op dat Turkije kampt met een zwak parlement, een gebrekkige scheiding der machten en bestuurders met een vaak autocratische mentaliteit. Zij vrezen dat de invoering van een presidentieel stelsel leidt tot een verergering van deze problemen.

Bij DWDD waren Nederlands- Turkse vrouwen, dertigers te gast, die zich zorgen maakten om de jonge generatie. Hun jongste zusje was naar Turkije vertrokken omdat zij zich niet thuis voelde in Nederland. En zij was niet de enige. ‘Het is een verlies voor dit land’, zeiden de oudere zusters die hier wel geworteld waren. Hun ouders, moderne mensen, trouwens ook. Het is natuurlijk veranderd door 9/11 en de moord op Theo van Gogh. Ik geloof niet dat veel autochtone Nederlanders een idee hadden wat de islam inhield totdat ze geconfronteerd werden met geweld. Niet alleen tegen Amerika maar tegen het hele Vrij Westen.
Nederlandse moslims klaagden dat zij, sinds de aanslagen in New York, met wantrouwen werden bekeken door de autochtone bevolking. Wat verwacht je dan als moderne jonge vrouwen plotseling hun islamitische identiteit versterken door en masse hoofddoekjes te gaan dragen?  En uitspraken doen als:  ‘Wij zijn allereerst moslim’ en ‘Sinds de aanslagen voel ik mij meer moslim.’? Dan kun je net zo goed zeggen: ‘De terroristen hebben toch wel een beetje gelijk.; In dat geval verdien je Erdogan als president.

Atatürk


In oktober 1923 wordt de Turkse Republiek uitgeroepen. Atatürk is de eerste president.
De basis van zijn beleid, dat de benaming ´kemalisme´kreeg, is het secularisme: moskee en staat moesten worden gescheiden. Het kalifaat werd opgeheven en het rechtssysteem gemoderniseerd. Er kwamen gelijke rechten voor alle Turken en nieuwe, moderne wetten. De islam schreef niet langer de wet voor. Godsdienstscholen werden gesloten. Traditionele kleding werd niet langer geaccepteerd (de hoedenwet) en de mensen kregen een achternaam. De kalender, de tijd en het maatsysteem werden aangepast aan internationale standaarden. Het Arabische alfabet moest plaatsmaken voor het Romeinse. De banden met buurlanden en het Westen werden versterkt tijdens zijn leiderschap.








zondag 23 september 2012

Gefrustreerd






Iedereen is boos, zei Raoul Heertje gisteren. Iedereen zoekt een aanleiding om zijn frustratie te uiten, vermoed ik. Het gaat natuurlijk helemaal niet om cartoons of anti-islamfilms of een feestje dat niet doorging. 
Neem de Noorse kindermoordenaar. Hij zegt dat hij tegen de multi-culti samenleving is en daarom tot zijn daad kwam. Een nobele reden: om erger te voorkomen. In werkelijkheid ging het om de verstoorde relatie met zijn vader die hij niet kon verkroppen. Hetzelfde geldt voor Mohammed B. Die is nooit over de dood van zijn moeder gekomen.
Een handjevol criminelen ging naar Haren, gewoon om winkels leeg te halen. In Pakistan is een overschot aan jonge mannen, dus seksueel gefrustreerd. Dan wil je wel de straat op gaan om vlaggen te verbranden en hysterisch te schreeuwen. Een gezamenlijke vijand komt goed van pas.
En dan heb je altijd de zogenaamde politiek correcte figuren die het destructieve gedrag goedpraten: zo'n film is voor die mensen heel kwetsend (niemand heeft hem gezien) of die jongens hadden recht op een feestje nogal logisch dat ze zo reageren.
En in het geval van de Noor: hij was bij zijn volle verstand toen hij al die weerloze kinderen doodschoot. Mohammed B. : Theo van Gogh heeft het er zelf naar gemaakt. Met andere woorden, het is de schuld van de maatschappij.
Welnee, het zijn gestoorde, verknipte en verwende mannen die denken dat het hun recht is, als ze niet gelijk hun zin krijgen, te moorden, te roven en terreur te zaaien. Misschien dat er met een langdurige behandeling nog wat recht te breien is. Maar beledig de rest van de mensheid niet door die lui gezond te verklaren.

vrijdag 7 september 2012

Weet je nog wel, oudje


Toen ik in het ziekenhuis was voor het slaaponderzoek, werd mij gevraagd of ik mee wilde doen aan een geheugentest voor ouderen. 'Daar ben ik toch veel te jong voor', denk ik bij dat soort vragen automatisch. Tot de realiteit tot mij doordringt. (in de wachtkamer las ik een verhaal van Kees van Kooten waarin hij droomt dat de burgemeester van Den Haag hem komt vertellen dat hij eigenlijk 10 jaar jonger is. Foutje van het bevolkingsregister. Als hij wakker wordt slaat de werkelijkheid keihard toe.)
Het was een uitgebreid onderzoek. Ik moest bijvoorbeeld steeds langere cijferreeksen onthouden, nieuwsberichten navertellen, symbooltjes die correspondeerden met cijfers zo snel mogelijk natekenen bij het juiste cijfer enzovoorts.
Begin van deze week kwam ik op herhaling en werd mij gevraagd wat ik me nog kon herinneren van de tests. Sommige dingen waren me totaal ontschoten. Andere stonden me nog helder voor de geest. Vreemd genoeg had ik hoog gescoord met de cijferreeksen. Al met al was mijn geheugen gemiddeld tot goed. Voor mijn leeftijd, uiteraard. Toch krijg ik steeds vaker het idee dat tegenwoordig alles bij mij het ene oor in, en het andere oor uitgaat.

woensdag 29 augustus 2012

Waarschuwing: advies van deskundigen




Wat kan een mens toch slecht advies krijgen van een deskundige. Neem nu de diëtiste waar ik het al eerder over gehad heb. Dat je, om af te vallen, geen suiker, alcohol en vet moet nuttigen, lijkt me logisch. Maar die vrouw was van de anti-koolhydratenstroming. Bij al het voedsel dat koolhydraten bevatte, riep ze hysterisch: 'Nee dat mag je niet. Dat is suiker.' Brood, fruit, zilvervliesrijst werden op de shitlist geplaatst. Dus at ik het minimum aan brood en rijst, fruit schrapte ik bijna helemaal, op een zuur appeltje na. Verder at ik veel salades. Tussendoor wortels, magere yoghurt en op zijn hoogst wat nootjes. Het overgewicht ben ik kwijtgeraakt maar ik voelde me slap, emotioneel, huilerig, somber en boos. 'Ik wou dat ik dood was', verzuchtte ik meer dan één keer.'  Dat  is natuurlijk niet leuk voor mijn huisgenoot.
"Als ik 's avonds nog trek heb, neem ik een kinderbanaantje', zei ik tegen de voedseldeskundige. Helemaal fout, neem een cup-a-soup. Wat is dat voor flutadvies. Weet je hoeveel zout en chemicaliën die poedersoep bevat? Als je bij een diëtiste komt die een vitrine vol lightproducten heeft, is mijn deskundige advies, wegwezen.

Het is nu een aantal maanden later en ik eet weer extra brood en rijst. En af en toe een banaantje want die bevat onmisbare stoffen:

Serotonine is het hormoon dat eveneens voor een goede en positieve gemoedstoestand zorgt. Bij een depressie wordt serotonine afgestoten en onvoldoende opgenomen. Het helpt om zich goed te ontspannen en te zorgen voor een diepe ongestoorde nachtrust. Tryptofaan vinden we in cashewnoten, melk, melkwei, kaas, wit van een ei, tarwekiemen, dadels, vijgen en bananen. Naast tryptofaan bevat de banaan grote hoeveelheden magnesium, calcium, vitaminen van het B-complex en natuurlijke suikers. Suikers helpen bij de omzetting van tryptofaan in serotonine.

Met andere woorden, als je niet voldoende serotonine aanmaakt, word je depressief. Dat toont maar weer aan hoe gevaarlijk het kan zijn als je naar de verkeerde mensen luistert. Ook al hebben ze een diploma in hun behandelkamer hangen. 

dinsdag 28 augustus 2012

vrijdag 27 juli 2012

Couranten





Van een krant verwacht ik kwaliteit. 'Dan abonneer je je je toch op de NRC', zou je zeggen. Daarvan zet het lettertype niet aan tot lezen. En zelfs de ingezonden brievenrubriek (afkomstig van professoren en doktoren) is volkomen humorloos. Kwaliteit hoeft toch niet saai te zijn? Het Parool is verworden tot een dorpsblad. En De Volkskrant maakt een diepe kniebuiging voor de leescijfers met te veel Popi Jopiecolumnisten die nooit maar dan ook nooit de diepte ingaan. (Aaf Brandt Corstius: zal ik deze zomer mijn Crocs of mijn Birkenstocks dragen?) In de schoolkrant worden diepzinniger stukken geschreven.
Oppervlakkigheid is de norm. (Vroeger werd dat Vertrossing genoemd) Ik denk dat Jan Blokker en mijn vader zich om zouden draaien in hun graf, als ze niet gecremeerd zouden zijn.



Ik kan me tegenwoordig ook niet voorstellen dat ik in de jaren 70 opiniebladen las. En dacht dat ik iets zou missen als ik dat een week oversloeg. Een weekblad met meningen van anderen? Mijn vroegere relatie kwam in die tijd veel op de redactiebureaus en ontmoette daar de journalisten, voornamelijk mannen en Emma Brunt. Eén zat smakelijk uit zijn neus te eten, de rest zat met de voeten op het tafelblad. Te arrogant om bezoekers te woord te staan. Bij de Elsevier hadden ze wel manieren. Dat dan weer wel.

maandag 23 juli 2012

1984




Als ik bij mijn geboorte had geweten wat ik zou meemaken in mijn leven had ik gezegd: 'Nee, dank u. Ik ga terug naar het niets waar ik vandaan ben gekomen.' Is de trein eenmaal in gang gezet dan zul je de rit uit moeten zitten.

Ik werd met depressieve klachten opgenomen in een ziekenhuis. Om aan te sterken, allereerst. Hoe lang heb ik er gelegen? Twee weken, twee jaar. Ik vergelijk de behandeling met een operatie zonder verdoving. Elke dag opnieuw. Daarna kwam ik terecht in een kliniek. De behandelaar had tegen mijn moeder gezegd:' Zij is bij ons in goede handen, wij zijn experts op het gebied van dergelijke stoornissen.'  Het was 1984.

George Orwell schreef zijn futuristische boek '1984'  in 1948. Hij schetste een beeld van een tijd waarin een enkeling ten onder gaat aan een volkomen kansloze strijd tegen een totalitair bewind. In werkelijkheid zou die periode er één zijn van uitzichtloosheid, werkeloosheid en 'een verloren generatie'. Voor mij gold eigenlijk hetzelfde. Verder leven in de hel waarin ik de afgelopen 20 jaar had bestaan was geen optie. Mijn hoop was gevestigd op de experts en wat zij uit hun hoge hoed zouden toveren. Het werd al snel duidelijk dat hun methode, de harde aanpak, niet werkte. Er werden opmerkingen gemaakt als: 'Jij wilt niet beter worden. Jij denkt dat je boven de gewone mensen staat', hadden een averechts effect. Wat dachten ze nu? Dat ik na zulke woorden uit mijn depressie zou schieten en het leven met enthousiasme zou omarmen. Je zegt toch ook niet tegen een blinde:' Jij wilt niet zien, hè. Jij vindt dat je beter bent dan de rest.' Overigens heeft geen van de patiënten de kliniek genezen verlaten. De behandelaars zagen geen lijdende mensen die hulp nodig hadden. Zij zagen een gat in de markt.
'Ach', zei laatst iemand tegen mij die ik mijn ervaringen vertelde en die na 1984 was geboren, 'in die tijd wisten ze nog niets.' Alsof ik het over 1904 had toen vrouwen nog hysterisch werden en dr. Freud voor elke kwaal een seksuele uitleg had.

Ik vergelijk de methode van de deskundigen met de aanpak van matrozen met scheurbuik. In de 17e en 18e eeuw. Flink het dek schrobben.
De kliniek kan ik alleen maar zien als het huis van mijn moordenaar. Je wordt aangevallen door een maniak. Je weet te ontkomen en rent naar een huis waar je in doodsnood met je vuisten op de deur ramt. En wie doet er open. De maniak die je alsnog met een bijl de hersens inslaat.


zondag 22 juli 2012

Larry David in Curb your enthusiasm

Greg, 7 jaar. Zijn favoriete tv-programma: Project Catwalk. Why? Because of the fashion

Helaas wordt deze serie hier niet uitgezonden. Dit jongetje is wel heel bijzonder.

Greg is blij met zijn naaimachine

zaterdag 21 juli 2012

Bofbips

Goedemorgen, lieve vriendjes

Ik heb twee nieuwe Vriendinnen. Uit Den Haag. Ik heb ze via HS leren kennen. De één is hoedenontwerpster en gespecialiseerd in breien. De ander is een echte dame die ons 's ochtends groet met foto's van een gezellig ontbijt in een prachtige omgeving vol bloemen en mooie stofjes. 's Middags  plaats ze een foto van dieren of mensen die elkaar omhelzen onder de kop: Even knuffelen. En 's avonds wenst ze ons welterusten, lieve vriendjes, met een foto van een romantische slaapkamer. Ze is altijd opgewekt, energiek en probeert alles van een positieve kant te bezien. Heel gezellig. Ze maakt opmerkingen als: 'Wat ben ik toch een bofbips.'

Even knuffelen
De hoedenontwerpster plaatst foto's van breiende mensen op ongewone plekken.

Breiende dame, Berlijn 1945

maandag 16 juli 2012

Uitzending gemist



Prettige Zomergast

Pierre Janssen beweerde dat televisie bedoeld was om je blik te verruimen. Daarvoor is het medium uitgevonden. Hij zei dit in een uitzending van Zomergasten ergens in de jaren 80. Gisteren zond de VPRO 25 jaar Zomergasten uit. Opmerkelijk was dat het in de beginjaren nog veel over WOII ging. Fragmenten van kinderen van verzetsstrijders ontmoetten kinderen van foute ouders. De arrogantie van de Goeden is stuitend. 'Ik kan tenminste trots zijn op mijn  ouders", zei een zoon van een man die toevallig aan de goede kant had gestaan, trillend van emotie. De NSB-kinderen werden dubbel gestraft. Zij konden zich alleen maar schamen en de rest van hun leven in de schaduw blijven.Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik ook lange tijd gedacht heb dat deze kinderen besmet waren. 

In de documentaire Hitler's kinderen worden nazaten van hoge SS-ers geportretteerd.  Degenen die aan het woord kwamen, zonen, dochters, nichten, kleinkinderen waren allemaal opgezadeld met de gruweldaden van hun voorouders en wierpen dat ver van zich af. Door bijvoorbeeld kinderen op school voor te lichten. Of door te emigreren en van naam te veranderen. Eén kleinzoon van een kampcommandant van Auschwitz ging naar de 'crimescene' samen met een Israëliër wiens ouders de kampen overleefd hadden. Grootvader woonde met zijn gezin in het kamp maar er stond een schutting en een mooie tuin die de gruewelen aan het oog onttrokken. Als je door een poortje stapte kwam je in de hel. 
De kleinzoon werd beroerd van de confrontatie van het knusse huis pal naast de barakken en ovens. Hij verafschuwde alles wat zijn opa had gedaan. Grootpapa was niet alleen een meeloper geweest, hij begon elke ochtend met het afknallen van een paar gevangenen. Voor de lol.Tegelijkertijd  was er ook een groep jonge Israëlische meisjes in kamp Auschwitz die de kleinzoon vragen mocht stellen. 'Voelt u zich medeschuldig?', vroeg een 15-jarige puber op arrogante toon. 'Ja', zei de kleinzoon. Dat vonden die kinderen ook. Natuurlijk niet. Slachtofferschap is overdraagbaar, daderschap niet. Kan dat niet geleerd worden op school? 


Overigens stond Zomergasten ook onder de druk van kijkcijfers. Ik vermoedde het al toen de redactie figuren als Henkjan Smits uitnodigde. Maar ik gaf ze de voordeel van de twijfel. Misschien had die man wel een heel interessant verhaal. Drie uur lang Henk-Jan Smits? Ik was niet eens in staat om 30 seconde naar de man te kijken. Die uitzending heb ik, bevooroordeeld als ik ben, overgeslagen.
Mijn favoriete Zomergasten? Rob Scholte, voor de bom, maakte een hele gevarieerde, verrassende avond. En met gast Raoul Heertje vlogen de uren om. De meest irritante: Kader Abdolah. 

zaterdag 14 juli 2012

Hettie Stoffel & the Stoffelettes

Een paar jaar geleden zat ik met een groepje vrienden op zangles. Op de Popschool. Dat is net zoiets als op je 50ste gaan voetballen, in de hoop alsnog zo goed als Cruyff te worden. Het ergste was dat we solo moesten zingen en voor publiek optreden. Ik dacht een veilige keuze te hebben gemaakt met I don't want to do your dirty work no more. Later hoorde ik mezelf met achtergrondkoor terug. Het klonk als Stoffel de schildpad & the Stoffelettes.


Steely Dan I don't want to do your dirty work no more

vrijdag 29 juni 2012

De patiënte from hell




Ik heb uit Naima El Bezaz' boek, over haar leven in een Vinex-wijk, alleen maar fragmenten gelezen. In een interview met de schrijfster beschreef ze haar Nederlandse buurtgenoten als ordinair en hypocriet.. Eén buurvrouw had, godgeklaagd, de bijbel in de wc liggen. Een ander lag met haar blote tieten op haar gazon. En iedereen ging vreemd.
Vinex-wijk, het heeft zo'n onaangename bijsmaak, dacht ik. Tot ik me realiseerde dat IJburg ook onder die noemer valt. Ik heb nooit ruzie met de buren. En ja, de overbuurvrouw ligt topless te zonnen. Ik vind het niet getuigen van smaak maar het is altijd beter dan pootje baden in een burka. Eerst voelde ik een vage sympathie met El Bezaz. Wat had ze het slecht getroffen met die alcoholische vreemdgangers. Daarna dacht ik, als ik zo verschrikkelijk is waarom verhuis je dan niet.?

Afgelopen zaterdag stond er een verhaal van de schrijfster in het Volkskrantmagazine. Ze was van de trap gedonderd en had haar nek gebroken. Eén verkeerde beweging of ze zou voor altijd verlamd zijn of, nog erger, het niet overleven. Haar beschrijving van de ziekenhuisopname is één lange klaagzang over het personeel; artsen en verpleegkundigen zouden te traag zijn en deden soms maar wat. Mevrouw maakte met iedereen ruzie en was zwaar beledigd dat ze vier maanden met een hekwerk op haar kop moest lopen. Je krijgt de indruk, uit het relaas van Naime El Bezaz, dat het doel van de verpleging is het de patiënten zo onaangenaam mogelijk te maken.

In 2000 lag ik in het ziekenhuis na een zware ingreep. Ik had vanuit mijn bed een fantastisch uitzicht op Amsterdam. De verpleegkundigen waren professioneel en uiterst vriendelijk. 's Ochtends werd om 6.30 uur werd mijn bloeddruk gemeten door een Afrikaanse met een glanzende ebbenhouten huid.. Ze dommelde in slaap. 'Ben je zo moe?', vroeg ik. Ze vertelde dat ze net bevallen was en de baby had haar de hele nacht opgehouden. Mijn kamergenote sprak geen woord met me. Uit een gesprek met haar man ving ik op dat ze gepikeerd was dat ze in het ziekenhuis terecht was gekomen. Verder zweeg ze.  Lekker rustig. De laatste dag van mijn opname kwam er een nieuwe patiënte binnen als een wervelwind. Zo spuugde een  onophoudelijk stroom van woorden uit, belde gelijk de verpleging om te klagen over een kussen. Binnen een uur wisten we waarom ze in het ziekenhuis was. Ze had zes kinderen bij zes verschillende mannen. Ze had zich laten steriliseren. Ze was onlangs een nieuwe liefde tegen gekomen.en nu wilde het duo graag een liefdesbaby. Of de sterilisatie maar even ongedaan gemaakt kon worden.
Het was gedaan met onze rust. Ze kwekte de hele dag door en maakte voortdurend ruzie met het verplegend personeel.

Aan die vrouw moest ik denken toen ik El Bezaz' relaas las. Je hebt conflictueuze types die overal waar ze komen een onaangename sfeer weten te veroorzaken. En het ligt natuurlijk altijd aan de ander.  El Bezaz wordt de buurvrouw from hell genoemd. Ze heeft er een nieuwe titel bij: de patiënt from hell. Elke verpleegkundige kent ze wel. 

dinsdag 12 juni 2012

Berry Berenson

Anthony Perkins en Berry Berenson


Bij mijn eerste bezoek aan de nieuwe bibliotheek werd ik overweldigd door de ruimte. Ik kon me heel slecht oriënteren. Waar bevonden zich de lekkere leesboeken? En was er ook een speciale afdeling voor biografieën? Ik ontdekte een aanwijzing op de zijkant van de roltrap. ROMANS, stond er in moderne letters. Dat betekende dat ik naar boven moest. Al met al moest ik erg wennen aan de opstelling. Tenslotte vroeg ik een medewerker, die ik herkende aan een soort uniform, blauw met in rode letters geborduurd OBA, waar ik de filmbiografieën kon vinden. Hij kende de nummers uit zijn hoofd en wees me de weg. De collectie was armetierig te noemen. Een handjevol boeken en geen enkele over degene waarnaar ik op zoek was: Alfred Hitchcock. Wel een hele plank Marilyn Monroe. Eén biografie over Ingrid Bergman. Dan maar de biografie over Anthony Perkins, de acteur die gestalte gaf aan Norman Bates, de motelmoordenaar met zijn moedercomplex in de Hitchockfilm Psycho. Niet dat ik me bijzonder interesseerde voor deze man maar beter iets dan niets. Het boek begint met de opmerking dat het leven van Perkins en dat van Norman Bates veel overeenkomsten vertoonden. Beiden verloren hun vader op jonge leeftijd en werden door een dominante moeder opgevoed. Dat is alles. Perkins is een succesvol acteur geworden en geen moordenaar. Verder ging de overeenkomst eigenlijk niet behalve de speculatie dat Norman Bates homoseksueel was? Perkins in ieder geval wel, lees ik, Begin 50jaren werd dat nog angstvallig verborgen gehouden. Dr. Freud had beweerd dat het een ontwikkelingsstoornis was waar je aan geholpen kon worden. Toch woonde Perkins jarenlang samen met zijn vriend en had tussendoor affaires met mooie jongens.

In de jaren 60 probeerden sommige homo's te 'genezen'. Perkins wilde normaal zijn, trouwen en een gezin stichten. Hij kwam terecht bij een therapeute die al veel mannen van hun aandoening had afgeholpen. In werkelijkheid waren een aantal van haar homoseksuele cliënten getrouwd maar hadden stiekem contacten met jongens.

Toch schijnt Perkins op een gegeven moment een punt gezet te hebben achter zijn mannenliefde. Hij ontmoette Berry Berenson, modefotografe, zus van de actrice Marisa Berenson, kleindochter van modeontwerpster Elsa Schiaparelli. Ze stamde uit een Europees, adellijk geslacht, verkeerde in New York  in de kring van Andy Warhol. Ondanks dat bezat ze een onbedorven onschuld. Ze bekende dat ze al vanaf haar twaalfde verliefd was op Perkins.
Het stel trouwde en kreeg twee zonen, Osgood en Elvis. Na 20 jaar huwelijk stierf Perkins aan AIDS. Als dat bekend wordt, zijn er mensen die Perkins verwijten dat hij een 'closethomo' zou zijn geweest. Nou èn, denk ik dan. Dat moet iedereen toch zelf weten. Er bestaat geen wet dat elke homo uit de kast moet komen. En het zal voor zijn vrouw ook geen geheim zijn geweest dat hij relaties met mannen heeft gehad.

Anthony Perkins: 'I have learned more about love, selflessness and human understanding from the people I have met in this great adventure in the world of AIDS than I ever did in the cutthroat, competitive world in which I spent my life.'



Hoe zou het verder zijn gegaan met Berry Berenson en haar zonen, vroeg ik me af. Osgood, of Oz Perkins, is acteur geworden. Zijn broer Elvis musicus. Berry Berenson ontmoette 7 jaar na de dood van Perkins een nieuwe liefde met wie ze een strandtent op Jamaica runde. Na een bezoek aan Cape Cod nam ze het vliegtuig om haar zoon te bezoeken in Hollywood. Het was 11 september 2001, het vliegtuig vloog in de noordelijke toren van de Twin Towers.

This was the woman who was killed by Mohamed Atta al Sayed and his fellow fanatics on the morning of September 11, 2001. Killed by what somebody — I forget who — pegged as the fusion of 13th-century mentality with 21st-century technology — and you know what? She was precisely in almost every way what Islamic fanaticists most hate, most dread, and would most destroy everywhere throughout the world: the free, bold, imaginative, competent, sexually aware, gay (in the original sense), courageous 21st-century woman.

zondag 6 mei 2012

Bevrijdingsdag

Bob balanceert weer eng op het randje
Ik was doodmoe, gefrustreerd en totaal opgefokt. Het enige dat zou helpen, wist ik, was een fikse wandeling. Drie dagen op de bank liggen, al is je huis nog zo mooi, voelt alsof je opgesloten zit in een gevangenis.Ik heb de misselijke gewoonte om me af te reageren op mijn huisgenoot. Om dat te voorkomen besloot ik naar buiten te gaan. Voor de vorm kleedde ik me aan en nam mijn boodschappenkarretje mee. Vlakbij het winkelcentrum, alhier, parkeerden twee meisjes hun roze fietsen dwars op het looppad. Surinaamse meisjes, de één een jaar of 12 met een brilletje, de ander schatte ik 10 jaar. Ik had er omheen kunnen lopen maar ik bleef staan en zei tegen de grietjes: 'En wat nu? Hoe moet ik hier langs.' Ze zeiden niets maar keken mij met grote ogen aan alsof ik niet de moeite waard was om op te reageren. 'Zet je fiets tegen dat rek', zei ik en wees naar een fietsenstalling  precies daarvoor bedoeld. Ze bleven me maar aanstaren, op de één of andere manier heel brutaal. Alsof ze elk moment zouden zeggen: 'Stom oud wijf met je stomme karretje'.
'Hier lopen mensen, gebruik, verdomme, je hersens toch.' Ik had bijna het fietsje omgeduwd. Het grietje zette hem iets opzij en ik haatte mezelf. Wat een laffe actie. Als het volwassenen waren geweest, zou ik het nooit gedurfd hebben zo op te treden. Ik had mezelf wel een schop kunnen geven. Ik zag me door de ogen van de meisjes. Een heks van 80 jaar met een lelijk verkrampt gezicht leunend op haar boodschappenwagentje. Bah, bah, bah.
Ik liep door en maande mezelf tot kalmte. Zo'n vrouw wilde ik helemaal niet zijn. En had natuurlijk heel vriendelijk kunnen zeggen: 'Lieve meisjes, mag ik er even langs? ' Niet dat de reactie van het duo anders was geweest, ze trokken zich van niemand wat aan. 'Am I bothered?', die blik hadden ze in hun ogen.
Thuis vertelde ik het verhaal aan HS. Die zei: 'Je had het ook wat vriendelijker kunnen vragen.' 'Ja', zei ik, 'ik weet het.' Achteraf gezien is alles glashelder.

vrijdag 27 april 2012

De lijfarts van Gerard Reve

Gerard Reve (rechts) met vrienden voor zijn huis in Greonterp, Friesland. Zie hoe hij het oortje van de hond vasthoudt.

Mijn eerste Amsterdamse huisarts zat op het Oudekerksplein. Zijn patiëntenbestand bestond uit gezinnen,werkende jongeren, studenten en uiteraard prostituees. Je stond in die tijd, als je op consult kwam buiten te wachten, weer of geen weer. Ik geloof dat de man zijn praktijk om 8.00 uur 's ochtends opende. De mensen die in de krappe wachtkamer een zitplaats wilden bemachtigen, stonden al om 7.00 uur voor de deur. Alsof het een pretje was om 2 uur lang met de knieën van de buurman tegen de jouwe in een veredelde kast te zitten. (Je wist niet beter. Overal werd je als stuk vuil behandeld. Je mocht blij zijn dat je geholpen werd. De onbeschoftheid was bij de gemeentediensten het extreemst. Het zal te maken hebben gehad met het feit dat ambtenaren niet ontslagen konden worden. Of je nu bij het GEB bezocht of een uittreksel van je geboorteakte nodig had, overal was de wachttijd minstens drie uur en kon je nog een grote bek krijgen op de koop toe.)

De huisarts, dr. Groothuyse was echter een aardige, rustige man die zich nergens over verbaasde en de tijd nam. Vandaar de lange wachttijd.  Pas later hoorde ik dat Gerard Reve één van zijn patiënten is geweest. Er is zelfs een briefwisseling tussen de twee mannen uitgegeven: Brieven aan mijn lijfarts (1963- 1980). Zo ben ik meer te weten gekomen over de dokter. Hij hielp deed niet moeilijk over het verstrekken van allerlei pillen. Reve was, zoals we weten, alcoholverslaafd  en leed aan slapeloosheid en depressies. De arts, lees ik, had zelf een broze persoonlijkheid en zou later zelfmoord plegen.


(Bron: BOL.com)
Een hoogtepunt in deze bundel is de zeer lange brief waarin Reve een aantal dromen beschrijft en voorziet van zijn eigen duiding. Een en ander betekent overigens niet, dat er in deze bundel niets te lachen valt. Groothuyse en Reve hebben niet alleen een zakelijk, maar ook een zeer vriendschappelijk contact. De brieven beslaan de periode 1963-1980. Ze documenteren daarmee een groot en belangrijk deel van het getormenteerde schrijversleven van Gerard Reve.







Reve schrijft aan dr. Groothuyse:
 Ik moet je binnenkort raadplegen over een ernstige zaak. Ik ben voornemens Woensdagmiddag op of na je spreekuur langs te komen, om je raad in te winnen. Het betreft die man met melanoom. Jawel hoor: zijn ene (goede) oog is nu blind, en hij is al tien dagen misselijk (iets met de gal, zegt men), maar toch bestraalt men metastases in de liesstreek! Gesteld dat die man mij om de laatste en uiterste dienst vraagt, hoe kan ik hem die dan geven? Wat kun jij, onverdacht, voorschrijven, dat ik in een tonicfles of appelsapfles op zijn kastje zet, of wat kan ik hem zelf toedienen? Ik geloof niet meer, dat er met die chirurg te praten valt, of moet ik dat toch proberen?"
"Ik ben niet bang voor ontdekking, maar wil onder geen beding een ander er nodeloos mee in de rotzooi halen. Dit is ook een legaal nooit recht te trekken zaak: de wet zal het nooit mogen toestaan, maar de mens zal op een gegeven ogenblik het geweten tegenover de wet moeten stellen. Hij vermeldt met verwondering, dat er altijd 'zoveel doktoren om zijn bed staan'. Kennelijk moet hij, voor iemand zijn proefschrift, nog zo lang mogelijk mee. (...)"


Lieve Jan,

(...) Ik geloof dat er een ongehoorde angst in je huist, genegenheid te verliezen, mogelijk omdat je een veel te gering oordeel over jezelf hebt. Je hebt je heel lang allerlei modieus, quasi-progressief gelul laten verkopen als echte vrijheid, en nooit kunnen geloven dat wat jij zelf aan oorspronkelijks of krankzinnigs of ekstaties dacht of voelde, enige geldigheid kon hebben. Wat of Wie de Waarheid ook moge zijn, zij is in geen geval rationeel, en evenmin materieel. De valse profeten en hetzers onzer dagen denken daar anders over, maar ze hebben geen gelijk omdat ze talrijk zijn en het voor het zeggen hebben.

Drink niet te veel en houd het bij wijn.



Met zijn wetenschappelijke studie Het menselijk tekort van de pooier in 1973 stelde Groothuijse zich ten doel niet alle pooiers over één kam te scheren (Groothuijse 1973). Maar hij typeerde de pooier wel als een man vol stoornissen.

Groothuyse schreef zelf ook gedichten Eten van Twee Walletjes


Hij verdroomt de dag met wachten op wijf en geld
alsof voor hem de sex niet telt.
Toegeven zal hij nooit dat hij verlaten en berooid
van mensenbanden alleen de schijn ophoudt aan randen
van de maatschappij een contra-held te zijn vergaan
in alcohol en razernij. 

(Groothuijse z.d.)


Reve geraakt in een vechtpartij met Simon Vinkenoog . Eigenaardig, je kunt veel van Vinkenoog zeggen
maar hij was de verdraagzaamheid zelve en deed geen vlieg kwaad.