maandag 10 juni 2013

Je moet toch wat




Nadat ik een aantal jaren in het Amsterdamse jeugdhotel had gewerkt, werd ik kok in een centrum voor de zeer zwaar verslaafden. Het geld kon in die tijd niet op en het was voor de eerste keer dat ik meer verdiende dan het minimumloon. In het jeugdhotel mochten de kosten voor een maaltijd niet hoger zijn dan 52 cent, de junken aten als koninklijke gasten. En nog praatjes ook. In de ruimte waar de groep bijeen kwam waren de ramen verduisterd en ook in de keuken was ik ontstoken van daglicht. De gevallen liepen uiteen van weekeind gebruikers, jongens met een baan en een gezin. Tot de psychotische gevallen die niet meer wisten wat of hoe en soms coca cola in hun aderen spuitten. De keuken was voorzien van alle gemakken en de koelkast was gevuld met vla en slagroom.

Het gezelschap bestond uit mannen en een enkele vrouw, waaronder een voormalig Duits topmodel, die in de jaren 60 aan de opium waren geraakt in Chinatown. Lekker spul was dat, vertelden ze me. Later begreep ik wat ze bedoelden. Na een zware operatie kreeg ik als pijnstiller morfine. Ik voelde me uiterst tevreden en ontspannen en 's nachts beleefde ik in mijn dromen verrassende avonturen. Een voorproefje van het paradijs.

Op een bepaald moment werd de opium teruggedrongen en deed de heroïne zijn intrede. Het najagen van hun high werd dagwerk. Ze besteden meer tijd aan het vergaren van geld voor een shotje en de heroïne had een veel kortstondiger effect. Dus waren de cliënten, die ik te eten gaf, meestal volkomen opgefokt tot de dealer kwam. Onder de gebruikers zaten ook speedfreaks. Zij hielpen mij soms met het schoonmaken van de keuken. En hoe. Uren besteden ze aan het poetsen van de tegeltjes, de koelkastdeur en het gasfornuis. Het liefst werkten ze de hele nacht door.
Aan die mensen had je tenminste wat. Het enige nadeel was dat vla en slagroom als sneeuw voor de zon verdwenen. Dat hebben we opgelost door een enorm hangslot op de koelkast te construeren. Eén van de cliënten vond dat wel een leuk klusje en was er de hele dag mee bezig.

Als ik nu denk aan de energie van de jongens, overweeg ik soms de natuur een handje te helpen en wat speed te scoren. Maar dan zie ik die armoedige, tandeloze bekkies voor me en besluit die doodlopende weg niet in te slaan. dan maar op de bank, laptop op schoot, dit stukkie schrijven. 

1 opmerking: